
Een openbare vragenbank traint voor memory, een opleidingsgestuurd model leert schaken
AlgemeenOnlangs publiceerde Rij-instructie een artikel over een onderzoek dat het CBR momenteel doet naar de mogelijkheid om alle theorievragen openbaar te maken. Chris Verstappen, directeur van Verjo, uitgeverij van leermiddelen voor verkeer en vervoer over de weg, vindt dat het CBR hiermee een verkeerde afslag neemt en raadt dit de organisatie in onderstaande toelichting ten stelligste af.
Fraude bij theorie-examens kan niet bestreden worden met maatregelen zoals een openbare vragenbank en verplichte theorielessen De recentste cijfers uit Duitsland laten zien dat de oplossing niet ligt in een openbare vragenbank, maar in beter onderwijs (verkeerseducatie). Wie verkeersveiligheid serieus neemt, moet de overstap maken van een examengericht naar een opleidingsgestuurd model.
De Duitse cijfers geven reden tot nadenken
In de afgelopen zomervakantie las ik een bericht uit Duitsland over grootschalige fraude bij theorie-examens voor het rijbewijs. De rechtbank heeft duidelijk gemaakt dat dit type fraude zwaar bestraft wordt (net als in België). Van de ontdekte fraude zou 52 procent verband houden met georganiseerde criminaliteit. Jaarlijks worden meer dan 4.000 fraudegevallen vastgesteld, terwijl wordt aangenomen dat dit slechts een deel van het werkelijke aantal is.
Opvallend is dat Duitsland al werkt met een openbare vragenbank én verplichte theorielessen. Juist deze maatregelen worden regelmatig genoemd als mogelijke oplossingen voor examenfraude. De praktijk laat iets anders zien.
Dat verbaast mij niet.
Een openbare vragenbank faciliteert in de eerste plaats een examengericht opleidingsmodel waarmee de rolzuiverheid van het examen in gevaar komt. De leerlingen leren vooral de vragen en antwoorden herkennen. Maar verkeersveiligheid vraagt iets fundamenteel anders: inzicht in verkeersregels, verkeersinzicht en het vermogen deze toe te passen in steeds nieuwe en onverwachte situaties.
Slagen is niet hetzelfde als veilig kunnen rijden
Dat verschil zien rijinstructeurs dagelijks in de lesauto.
Een leerling kan een theorievraag foutloos beantwoorden, maar vervolgens moeite hebben om dezelfde regel toe te passen in een onverwachte verkeerssituatie.
Veilig deelnemen aan het verkeer vraagt daarom meer dan kennis reproduceren. Het vraagt om waarnemen, analyseren, vooruitdenken en verantwoord beslissen.
Een hoog slagingspercentage is interessant, maar het mag niet een graadmeter voor kwaliteit zijn. De echte opbrengst van verkeerseducatie blijkt pas ná het theorie-examen namelijk in het dagelijkse rijgedrag van de bestuurder. De rijinstructeur merkt dit in de lesauto. Is de leerling geslaagd voor de theorie dan moet deze ook echt de theorie kennen. Op dit moment moeten instructeurs ongelooflijk veel bijsturen na het theorie-examen. Dankzij het retentie onderzoek weten we dat rijinstructeurs dit goed doen maar het haalt het plezier van lesgeven er wel uit. Kortom het doel van het theorie-examen is duidelijk niet gehaald.
Verplichte lessen zijn geen garantie voor leren
In Duitsland is ook het volgen van theorielessen verplicht om te voorkomen dat kandidaten alleen plaatjes herkennen. Echter verplichte theorielessen bieden op zichzelf geen garantie dat iemand daadwerkelijk leert. Aanwezig zijn is iets anders dan actief kennis verwerken en toepassen.
Dat zien we ook bij andere vormen van scholing, zoals de Code 95-nascholing. Het volgen van een verplicht aantal uren zegt nog niet automatisch iets over de ontwikkeling die een leerling tijdens die klokuren doormaakt.
De discussie zou daarom niet alleen moeten gaan over het aantal klokuren. We moeten vooral kijken naar de inhoud, de studiebelasting en het aantoonbare leerresultaat.
Dat vraagt om moderne onderwijsvormen waarin klassikale lessen (met onderwijs leergesprekken), begeleiding, zelfstudie, e-learning en praktijkervaring elkaar versterken. Niet de gebruikte leervorm moet centraal staan, maar de vraag of de leerling aantoonbaar inzicht ontwikkelt en dat inzicht kan toepassen. Dan heeft het volgen van de theorielessen wel zin.
De beste opleiding werkt jaren later nog door
De beste opleiding is niet per definitie de leukste opleiding of de gemakkelijkste route. Het is de opleiding waarvan iemand de inzichten vele jaren later nog steeds gebruikt.
Sommige snel-trainingen zijn inspirerend voor één dag. Echte opleidingen blijven jarenlang waarde toevoegen. De beste graadmeter voor het rendement van leren is daarom niet alleen wat iemand direct na afloop kan reproduceren, maar vooral wat hij of zij jaren later nog steeds toepast.
Daar ontstaat de werkelijke waarde van onderwijs: wanneer kennis verandert in gedrag en gedrag uiteindelijk leidt tot betere resultaten.
Een geslaagd examen is een momentopname. Veilig rijgedrag moet een leven lang meegaan.
Niet trainen voor memory, maar opleiden voor schaken
Daarom moeten we leerlingen niet uitsluitend trainen voor memory, maar opleiden voor schaken.
Bij memory draait het vooral om herkennen en onthouden. Bij schaken moet een speler analyseren, vooruitdenken, verschillende mogelijkheden afwegen en op basis van steeds veranderende omstandigheden een besluit nemen.
Dat is precies wat een bestuurder iedere dag doet.
Een veilige bestuurder kent niet alleen de regels, maar begrijpt ook waarom die regels bestaan. Hij of zij kan risico’s herkennen, rekening houden met fouten van anderen en het eigen gedrag aanpassen wanneer de situatie daarom vraagt.
Dat vermogen ontwikkel je niet uitsluitend door CBR examenvragen te oefenen. Daarvoor is een samenhangende opleiding nodig waarin theorie en praktijk voortdurend met elkaar worden verbonden. Theorie moet beschikbaar zijn op het moment dat de leerling die nodig heeft: just in time, gekoppeld aan ervaringen in de lesauto.
Het examen moet het eindpunt zijn
We moeten daarom de stap maken van een examengericht naar een opleidingsgestuurd model.
Niet de vraag ‘Hoe zorgen we ervoor dat iemand voor het examen slaagt?’ moet centraal staan, maar de vraag: ‘Hoe leiden we iemand op tot een veilige bestuurder?’
Dat vraagt om innovatie en om de moed om bij verkeerseducatie niet langer alleen te laten sturen door een beperkte verzameling CBR examenvragen uit het examen. Het onderwijs moet worden gestuurd door hetgeen een veilige bestuurder daadwerkelijk moet kennen, begrijpen en kunnen.
Het examen moet het eindpunt van de opleiding zijn, niet het uitgangspunt.
Met de pilot Nationaal Leerplan Rijopleiding B (NLP) en de implementatie van de aanbevelingen uit het rapport-Roemer worden belangrijke stappen gezet in de richting van een meer opleidingsgestuurd model.
Binnen zo’n model krijgt de rijinstructeur een centrale rol als regisseur van het leerproces. De instructeur bepaalt, op basis van de ontwikkeling van de leerling, wat op welk moment moet worden behandeld en op examen gaat. Tegelijkertijd draagt de leerling verantwoordelijkheid voor de eigen inzet, ontwikkeling en prestaties.
Het CBR-examen blijft belangrijk, maar krijgt de positie die het hoort te hebben: een onafhankelijk meetmoment waarop wordt vastgesteld of iemand voldoende competenties heeft ontwikkeld (rolzuiverheid: examen is geen opleidingsmethode).
Het examen meet een prestatie. De opleiding ontwikkelt een bestuurder.
Kritisch kijken naar de makkelijke route
Toch blijft een belangrijke vraag onbeantwoord: waarom kiezen sommige leerlingen, soms tegen hoge kosten, liever voor een geitenpaadje dan voor een goede opleiding?
Misschien ervaren zij het reguliere leerproces als te moeilijk, te onduidelijk of te tijdrovend. Of worden ze beïnvloedt door vriendjes, vriendinnetjes die eerder al dit pad gekozen? Of is de marketing industrie hier schuldig aan? Het kan ook zijn dat de nadruk te sterk op het behalen van het examen en te weinig op het zichtbaar maken van persoonlijke ontwikkeling ligt. Misschien zoeken leerlingen vooral naar de snelste route, omdat het systeem hun leert dat alleen het examenresultaat telt. En dat ze daardoor doodsbang zijn voor het theorie-examen.
Juist door die vraag serieus te onderzoeken, kunnen we fraude effectiever bestrijden. Niet alleen met strengere controles, maar ook door een leerroute te ontwikkelen die duidelijk, aantrekkelijk en aantoonbaar waardevol is. Het resultaat kan zelfs zijn dat bij een slimme innovatieve aanpak van verkeerseducatie het verplichte CBR theorie-examen overbodig is.
Van discussie naar ontwikkeling
De cijfers uit Duitsland laten zien dat een openbare vragenbank fraude niet oplost. Ook niet met verplichte theorielessen. Dat betekent niet direct dat een openbare vragenbank per definitie verkeerd is. Transparantie (lees voorspelbaarheid) kan voordelen hebben, maar de nadelen zijn groter.
Laten we de discussie daarom niet voeren over de vraag of CBR examenvragen openbaar moeten zijn. Laten we bespreken hoe we verkeerseducatie zo inrichten dat leerlingen niet alleen antwoorden herkennen, maar verkeerssituaties leren begrijpen.
Uiteindelijk willen we geen kandidaten die het een CBR-examen hebben onthouden. We willen bestuurders die het verkeer begrijpen.
Memory traint het geheugen. Een opleidingsgestuurd model leert schaken. Het examen meet een prestatie. De opleiding ontwikkelt een bestuurder. En juist dat inzicht maakt het verschil tussen slagen voor een examen en veilig deelnemen aan het verkeer.





