
Vrijstelling lesauto’s van pseudo-eindheffing na lobby BOVAG
BedrijfsvoeringLesauto’s worden uitgezonderd van de omstreden pseudo-eindheffing op niet-elektrische zakelijke auto’s. Dat heeft staatssecretaris Eerenberg (Fiscaliteit) maandag 22 juni bekendgemaakt in een brief aan de Tweede Kamer. De vrijstelling volgt na een intensieve lobby van onder meer BOVAG, die de afgelopen maanden nadrukkelijk waarschuwde voor de gevolgen voor de rijschoolbranche.
De pseudo-eindheffing is onderdeel van het kabinetsbeleid om het zakelijke wagenpark versneld te verduurzamen. Deze heffing is een extra werkgeversheffing van 12% op de cataloguswaarde van fossiele personenauto’s (benzine, diesel, hybride) die vanaf 1 januari 2027 aan werknemers ter beschikking worden gesteld voor privégebruik. Het is een maatregel om het gebruik van uitstootvrije auto’s te stimuleren.
Werkgevers zouden vanaf 2027 een extra belasting moeten betalen voor auto’s van de zaak met een verbrandingsmotor. Die heffing komt bovenop de bestaande bijtelling en wordt niet bij de werknemer, maar direct bij de werkgever geïnd. De jaarlijkse last kan per voertuig oplopen tot duizenden euro’s.
Volgens BOVAG zou toepassing van deze regeling op lesauto’s niet alleen leiden tot hoge kosten, maar vooral tot een disproportionele administratieve last. Bovendien is volledige elektrificatie in de rijschoolsector op korte termijn niet realistisch, omdat leerlingen nog altijd moeten leren schakelen in auto’s met een handgeschakelde transmissie. De staatssecretaris blijkt ontvankelijk voor deze argumenten.
Met de nu aangekondigde vrijstelling neemt het kabinet een belangrijk bezwaar van de sector weg. BOVAG spreekt van een noodzakelijke en verstandige aanpassing van het beleid.





