
‘Turbo erin, onderwijs eruit’
AlgemeenTurbo-theorie. Dit woord bestaat nog niet heel lang, maar in de rijschoolbranche weet iedereen direct waar je het over hebt. Hiermee worden de aanbieders van een ‘cursus’ waar je bliksemsnel snel wegwijs wordt gemaakt in de theorie geduid. Trucjesonderwijs is een woord dat je ook wel hoort. De zogenoemde ‘old school’ uitgevers van leermiddelen vinden daar wat van. Peter Somers, directeur van LENS Verkeersleermiddelen, schrijft hieronder een opinie die niets aan duidelijkheid te wensen overlaat.
Door Peter Somers –directeur LENS Verkeersleermiddelen
Er waait een nieuwe wind bij het CBR. Sinds kort is bij de divisie Theorie het roer flink omgegooid. Niet langer staat inhoudelijke samenwerking met ontwikkelaars centraal, maar iets heel anders: het behagen van de ‘klant’. Liefst een beetje snel, een beetje leuk, en vooral: met zo min mogelijk moeite slagen voor het examen.
Ik zeg het maar zoals het is: het CBR heeft de turbo-theorie omarmd
Jarenlang hebben de ontwikkelaars Vekabest, Verjo, Smit en LENS, schouder aan schouder met het CBR gewerkt aan verbetering van de theorieopleiding en het theorie-examen. Zo zijn er nieuwe vraagvormen ontwikkeld, videovragen toegevoegd en is er onlangs een nieuw autotheorie-examen ingevoerd. En dat allemaal met één doel: de theorieopleiding en het theorie-examen beter maken. Niet makkelijker. Maar beter.
Stopgezet
Die samenwerking is inmiddels geruisloos stopgezet. Geen motivering, geen evaluatie - gewoon… klaar. In plaats daarvan is er nu een klankbordgroep opgetuigd, waarin het CBR nadrukkelijk heeft gekozen voor deelname van bijna alle grote aanbieders van dagcursussen en turbo-aanpakken. Commerciële partijen die zich niet bezighouden met verkeerseducatie, maar alleen met slagen. Snel, simpel en zonder diepgang.
En alsof dat nog niet genoeg zegt, laat het CBR deze turbo-aanbieders al jaren toe tot het reserveringssysteem TOP. Een platform dat bedoeld is voor rijscholen. Wat blijkt? Hoewel zij maar 1 procent uitmaken van het totaal aantal ingeschreven opleiders, zijn ze inmiddels goed voor 78 procent van alle theorie-examens die door de opleiders worden geboekt. Ik herhaal het even: één procent zorgt voor bijna vier op de vijf examens. Dat is geen bijvangst, dat is beleid.
Pleidooi voor vakmanschap
Tegenover die realiteit staat het rapport van Emile Roemer, Van rijles naar rijonderwijs. Een stevig stuk, gedragen door het ministerie, dat juist pleit voor vakmanschap, verdieping, inzicht, en kennis die beklijft. Geen trucjes aanleren. Niet zo snel mogelijk door de hoepel springen. Niet drillen tot je de volgorde van de antwoorden uit je hoofd kent.
Volgens dat rapport moet het opleiden weer centraal staan. Niet het examen. Niet de marketing. Niet de klantreis. En laat dat nou precies zijn waar het bij het CBR misgaat. Want hoe je het ook wendt of keert – het is niet de taak van een exameninstituut om leuk gevonden te worden. Het is hun taak om te toetsen of iemand klaar is voor de weg. En dat mag best even serieus zijn.
Ik zie het met lede ogen aan
Ik zie het met lede ogen aan. Door juist partijen uit te nodigen die examentraining als verdienmodel hebben, laat het CBR zien waar de voorkeur ligt: bij populariteit en snelle resultaten, niet bij verdieping of duurzame kennis. Ideeën over serieus verkeersonderwijs lijken daarmee steeds verder naar de achtergrond te verdwijnen. Met als gevolg: een koers die volledig haaks staat op wat de sector, het ministerie én de samenleving nodig hebben.
Dus ja, ik blijf deze ontwikkelingen op de voet volgen. En ik blijf me inzetten voor verkeerseducatie die draait om kwaliteit, veiligheid en inzicht. Want wie turbo-theorie omarmt, laat rijonderwijs los.
En dat is geen vooruitgang. Dat is terug naar af.













