Logo rij-instructie.nl

Organisaties: 'Rijscholensector moet drastisch worden verbeterd'

  actueel

De huidige stage met 5 uur passief meerijden en 35 uur actief instructie geven is onvoldoende en moet worden verhoogd tot 50 uur. Ook moet er controle komen op de stages. Verder moet de opleiding tot rijinstructeur worden verbeterd (het slagingspercentage is nu te laag) en het onderdeel basis ondernemersvaardigheden hoort in het opleidingstraject plaats. Het CBR moet niet alleen waarschuwen bij constateringen die strijdig zijn met de bepalingen van de CBR inschrijfovereenkomst, maar ook sanctioneren. En de branche moet zelf een systeem bouwen waar de consument kan zien welke rijscholen meetbare kwaliteit leveren.

Dit zijn vijf van een reeks maatregelen die volgens de brancheorganisaties FAM, VRB en BOVAG Rijscholen moeten worden genomen om de rijscholensector weer gezond te maken. Deze staan in een zogenoemd startdocument dat wat de drie betreft kan dienen als vertrekpunt voor een gezamenlijke aanpak van de problemen in de sector. Dat de branche er niet goed op staat, is een eufemisme. En dat het beter moet en kan, is dan ook helder. Binnenkort wordt in de Tweede Kamer de wijziging van de WRM 1993 besproken en de brancheorganisaties hebben dit stuk opgesteld om de politici te voorzien van munitie.

Er wordt een groot aantal maatregelen voorgesteld. Dit zijn de 17 belangrijkste:
- De toelatingseisen die momenteel zijn:  in bezit zijn van het B-rijbewijs en een MAVO-, VMBO-, LBO- of VBO-diploma. Voor deze diploma-eis bestaat een ontheffingsmogelijkheid, middels een geschiktheidtest van het IBKI. De ontheffingsmogelijkheid moet worden geschrapt.
- De eis tot het voldoende beheersen van het Nederlands wordt toegevoegd.
- De opleiding zelf moet worden verbeterd. Deze noodzaak is in de praktijk helder aangetoond. De slagingscijfers van kandidaten, die door pas beginnende instructeurs zijn opgeleid, zijn uitzonderlijk laag.
- De nadruk in de scholing moet liggen op de didactische aspecten en de noodzaak van het correct invullen van een Eigen Verklaring door de leerling.
- Het aspect ondernemersvaardigheden hoort in het opleidingstraject.
- De huidige stage bestaat uit 5 uur passief meerijden en 35 uur actief als instructeur. Dit is te weinig en moet worden verhoogd tot 50 uur.
- Er moet een inhoudelijke controle komen op deze stages.
- De steekproefsgewijs gehouden controles (in minimaal 5% van de gevallen) moeten het volledig volgen van een les betekenen en niet slechts een aanwezigheidscontrole.
- Actieve en passieve stage-uren moeten worden afgewisseld en een onderdeel van deze stage is een inhoudelijke stagebeoordeling door de stagementor.
- De kandidaat rijinstructeur dient een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) af te geven aan het IBKI.
- De verplichte praktijkbegeleiding moet effectiever en afgestemd op de praktijk worden ingericht.
- Er bestaan momenteel twee typen praktijkbegeleiding trajecten; één bij het CBR, gekoppeld aan het modulair opleidingssysteem (het huidig RIS certificaat) en de reguliere praktijkbegeleiding. Voor het laatste is men aangewezen op het IBKI. De branche pleit voor één bijscholingssysteem, waarvan de kwaliteit geborgd wordt.
- De branche pleit voor het organiseren van een rijopleiding die aan kwaliteitseisen voldoet en die door het CBR wordt geaccrediteerd en getoetst. Als tegenprestatie kan er dan door het CBR vrijstelling worden verleend op bepaalde examenonderdelen.
- De examinator moet bij ieder examen, of contactmoment waarvoor een WRM-pas wettelijk vereist is, de geldigheid van de WRM-pas en de identiteit van de instructeur controleren. De WRM-pas heeft momenteel geen pasfoto meer, dus is controle in samenhang met identiteitsbewijs, of rijbewijs nodig. Handhaving is nodig om rijinstructeurs te weren die onvoldoende niveau halen voor het realiseren van onze verkeersveiligheidsambities.
- De ervaring leert dat het CBR veel waarschuwt bij constateringen die strijdig zijn met de bepalingen van de CBR inschrijfovereenkomst, doch weinig sanctioneert door het examen niet af te nemen. Deze praktijk moet worden omgebogen in een stringenter sanctiebeleid.
- Geconstateerde overtredingen worden geregistreerd en gemeld aan politie en ILT.
- De branche is verantwoordelijk is voor een eerlijke en transparante consumentenvoorlichting over kwaliteit van opleiden, leskosten en slagingskansen. De branche neemt deze uitdaging aan en gaat hier mee aan de slag. Dit is wel een zaak van de wat langere termijn, waarbij een intensieve samenwerking met CBR en I&M nodig is.

Meer berichten